6. De domeinen

6.1 Eén pedagogich-educatieve voorziening 

Spelen, leren en ontwikkelen zijn de kernactiviteit van onze kindcentra. We gaan daarbij uit van het principe: “de professional doet er toe en maakt het verschil”. We werken vanuit het principe dat het kindcentrum een lerende gemeenschap is waar de ontwikkelbehoefte van het kind van 0-13 jaar centraal staat. Door middel van de professionele dialoog komen we tot oplossingen voor vraagstukken die zich binnen het kindcentrum afspelen. De directeur leidt als onderwijskundig leider veranderings- en verbeterprocessen en zorgt dat alle medewerkers optimaal kunnen bijdragen.

In alle gevallen werken de kindcentra doelgericht. De professionals verzamelen data, analyseren deze als team of intercollegiaal en stellen vervolgens hun handelen bij. In het schoolondersteuningsprofiel staat beschreven hoe de kindcentra gestalte geven aan de zorg en begeleiding, en wat de mogelijkheden zijn voor extra-begeleiding. Zie bijlage: uitwerking doelen

6.2 Personeel

Wij vinden de kwaliteit van onze medewerkers van doorslaggevend belang in relatie met de kwaliteit van onze kindcentra. De directeur geeft vaak samen met inter begeleider, bouwcoördinator of assistent leidinggevende, leiding aan de ontwikkeling van het kindcentrum, maar ook aan het leren van de professionals. Onze directeuren zijn geregistreerde kindcentrumleiders en in de eerste plaats verantwoordelijk voor hun eigen professionele ontwikkeling.

Daarnaast ontwikkelen zij op hun kindcentrum een professionele cultuur die borgt dat de professionals met en van elkaar leren. Een kernwoord daarbij is eigenaarschap: ze maken de professionals zo veel mogelijk medeverantwoordelijk voor de pedagogisch educatieve ontwikkeling van het kindcentrum en voor de eigen professionele ontwikkeling. Voor wat betreft het laatste aspect: de schoolleiders zorgen ervoor, dat ze de de teamleden uitdagen en stimuleren om zich passend te ontwikkelen. Passend betekent: passend bij de fase van ontwikkeling van de professional (startbekwaam, basisbekwaam en vakbekwaam). Voor ontwikkeling en resultaten van de kinderen is het van belang, dat de vaardigheden van de professional up to date zijn. Dat ze beschikken over actuele kennis en vaardigheden om het leren van de kinderen te optimaliseren. We verwachten van de professional, dat ze werk maken van de eigen professionele ontwikkeling en dit besproken wordt met de schoolleiding.

Binnen het stafbureau willen we komen tot helderheid over rollen, taken en bevoegdheden. Ook aan deze collega’s stellen we hoge kwaliteitseisen. Het primaire proces staat centraal en in die zin is de staf volgend. Als professional zijn we gelijkwaardig aan elkaar.

6.3 Identiteit

Naast socialisatie en kwalificatie zetten we extra in op persoonsvorming. Belangrijk binnen de persoons- of identiteitsvorming vinden wij het ontwikkelen van een gezond zelfbeeld en het zicht krijgen op de eigen talenten. Nieuwsgierigheid is hierbij het sleutelwoord. Om dit verder te ontwikkelen betrekken we hierbij de meest recente inzichten vanuit sociaal wetenschappelijk onderzoek.

6.4 Profilering en marketing

Onze profilering: doe de goede dingen en doe de dingen juist Onze marketing: het juiste verhaal aan anderen goed vertellen

6.5 Financiën en beheer

Stichting Archipel zet de komende jaren door op de ontwikkeling van zelfbeheer. We realiseren ons dat het primaire proces en de bedrijfsvoering voor dezelfde uitdaging staan: de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en kinderopvang. Daarom trekken we hierin samen op.Daarbij is het van groot belang dat efficiënte systemen worden aangeschaft en ingericht, in samenwerking met medewerkers die vol in het primaire proces staan. Alleen dan kunnen systemen gaan dienen om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, de administratieve last van onderwijsgevenden te verlagen en just in time de gegevens en overzichten te leveren die nodig zijn voor analyse en verantwoording.

Wat betreft onze risico’s zien wij vooral de daling van het leerlingenaantal als grootste risico. De daling van het leerlingenaantal is de afgelopen jaren wel afgenomen, maar uit de basisprognose blijkt nog steeds dat we rekening dienen te houden met een verdere terugloop van het leerlingenaantal tot 2023 met ongeveer 4,5% (= 142 leerlingen).
Bekijk hier vier uitgewerkte scenario's waarmee we rekening houden.

6.6 Gebouwen en huisvesting

In samenwerking met onze gemeenten en onze collega besturen in de regio streven we naar toekomstbestendige huisvesting. Dat betreft zowel het onderwijsinhoudelijke (form follows function) als zaken zoals duurzaamheid. We streven naar veilige, schone en gezonde gebouwen waar het voor iedereen prettig (samen) werken, spelen, leren en ontwikkelen is.
Tevens streven we naar reële en verantwoorde investerings- en exploitatiekosten (zie ons meerjarenonderhoudsplan) en naar het benutten van leegstand. Daarom zoeken wij naar wegen waarop het kindcentrum ook in bedrijfsvoering kan worden benaderd als een ongedeelde integrale voorziening, met één beleid, één leiding en één gebouw.

6.7 Kwaliteitszorg

Kwaliteitszorg is in de eerste instantie een verantwoordelijkheid van iedere professional (vanuit een intrinsieke motivatie) en ontstaat in collegiale dialoog en normvinding. Dat betekent dat binnen elk kindcentrum directie en teamleden bespreken hoe de gewenste professionele cultuur eruit ziet en wordt ervaren en hoe deze in gezamenlijkheid onderhouden en versterkt kan worden.

Door middel van een kritische reflectie staat elk organisatieonderdeel binnen de stichting eenmaal per jaar stil bij de eigen kwaliteit. Successen vieren we, verbeterpunten pakken we aan.
Eens in de vier jaar of indien daar aanleiding toe is laat het bestuur een audit uitvoeren op het kindcentrum. Deze audit kan door een extern bureau worden uitgevoerd of door eigen pool van auditors.
Tweemaal per jaar vindt er rond de kwaliteitszorg van het kindcentrum een gesprek plaats tussen de directeur, de stafmedewerker kwaliteitszorg en het bestuur. Indien de monitoring uitwijst, dat de onderwijskwaliteit tekort schiet, dan worden –na analyse- verbeteringen doelgericht doorgevoerd. Het bestuur draagt er zorg dat er een plan van aanpak is voor de kindcentra waar de kwaliteit een risico vormt of dreigt te gaan vormen. Hierin worden ook afspraken gemaakt wie waarvoor verantwoordelijk is.

6.8 Samenwerken met ouders/verzorgers 

Vanuit vertrouwen in de goede zorg dragen ouders/verzorgers hun kinderen voor een deel van de week over aan onze kindcentra. Daarnaast besteden ouders/verzorgers een deel van hun vrije tijd aan het kindcentrum waar hun kind verblijft. Ouders/verzorgers zijn daarmee belangrijke partners voor ons. Ouders kunnen een rol spelen bij betekenisvol en onderzoekend leren door levensechte inhoud in te brengen.

Ouders kunnen daarnaast een belangrijke rol vervullen bij het ontwikkelproces van hun kind, bijvoorbeeld actief mee te denken over succesvolle leerstrategieën voor hun kind en samen te oefenen of gewoon door te praten over wat hij/zij die dag heeft meegemaakt op het kindcentrum. Ouders zijn belangrijke gesprekspartners voor het meedenken, meedoen en meebeslissen in het reilen en zeilen van het kindcentrum.

6.9 Privacy

Iedere professional binnen Stichting Archipel is zich bewust van de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van privacy (AVG). De AVG onderscheidt een aantal rollen: de betrokkene (de leerling), de bewerker (de aanbieder van leermiddelen) en de verantwoordelijke (het bevoegd gezag). Uitgangspunt van de AVG is dat het bevoegd gezag eindverantwoordelijk is voor de privacy van kinderen. Als bestuur zijn wij verplicht om volgens de wet te handelen en daarbij behoorlijk en zorgvuldig te werk gaan. Die verantwoordelijkheid houdt onder meer in dat we –als bevoegd gezagouders en kinderen volledig moeten informeren over het gebruik van persoonsgegevens én hoe ouders gebruik kunnen maken van hun rechten.
 
 

< Naar vorig hoofdstuk: Missie van de organisatie
Naar volgend hoofdstuk: Aandachtspunten en meerjarenplanning >

Social Media