Doel 2: kinderen die de school na groep 8 verlaten zijn optimaal voorbereid voor het vervolgonderwijs en de maatschappij van de toekomst 


Steeds staat voorop dat iedere school de “Basis op Orde” dient te hebben. Dat betreft dan zowel de organisatorische component (rust en structuur in de school), als de pedagogische component (plezier en veiligheid) en de didactische component (de resultaten).

Dat betekent  dat de resultaten op de basisvaardigheden, taal en rekenen, in iedere school  in ieder geval voldoende moeten zijn. Daarnaast hebben alle scholen de ambitie om invulling te geven aan missie en visie van de stichting. Dit komt tot uiting in het onderwijskundig profiel van iedere school, waarin missie en visie nader worden uitgewerkt.

Daarbij komt nog de vraag wat het vervolgonderwijs op dit gebied  in de komende jaren van de scholen vraagt. Nader onderzoek hiernaar wordt uitgevoerd. Dit onderzoek richt zich ook op de vraag of een intensieve(re) samenwerking met een of meer scholen voor vo, bijvoorbeeld in de vorm van een junior college, mogelijk en wenselijk is.

De ervaring van de afgelopen jaren leert dat extra aandacht voor de basisvaardigheden geen overbodige luxe is. In de komende periode wordt daarom geïnvesteerd in scholing op het 
gebied van leerkrachtvaardigheden en in inhoudelijke ondersteuning op het gebied van taal en rekenen.

Indicatoren

  1. Iedere school voldoet aan het basisarrangement van de inspectie onderwijs;
  2. Iedere school presenteert jaarlijks de voortgang bij doel 1;
  3. Tevredenheidsonderzoeken worden voor de volgende afname in 2017 afgestemd op de doelen in het beleidsplan;
  4. Kinderen en ouders zijn tevreden over het geboden onderwijs; zij scoren gemiddeld 3,5 (op een schaal van 4) bij het tevredenheidsonderzoek en geven als rapportcijfer gemiddeld minimaal een 7,7;
  5. Er vindt jaarlijks een enquete plaats onder kinderen in de brugklas van het VO;
  6. Het jaarlijks te meten percentage op- en afstroom in de eerste 3 jaren van het VO bedraagt maximaal 5%.

Social Media